EOBD
EOBD staat als afkorting voor European On-Board Diagnostics (europese eigendiagnose). Het is
een diagnosesysteem, dat in de regeleenheid van de motorregeling geďntegreerd is en continu emissie-relevante regelsystemen en componenten van de motorregeling bewaakt.
EOBD is onderdeel van de Euronorm fase 3, die officiëel vanaf 01.01.2001 toegepast wordt bij het op kenteken zetten van voertuigen. Echter al sinds
01.01.2000 (typegoedkeuring voertuig) worden in Europa alleen nog maar nieuwe voertuigen met benzinemotoren toegelaten volgens de EU-richtlijnen (met EOBD).
- een fout optreedt, die tot uitschakeling van cilinders leidt (bescherming van de
katalysator). In dit geval knippert de lamp, zolang de storing voorhanden is.
- een emissie-relevante storing in twee opeenvolgende rijcycli optreedt.
- als de regeleenheid bij de zelftest een storing herkend.
- de contactsleutel op „contact aan" staat zonder dat de motor loopt (controle van de gloeilamp).
Uit technisch oogpunt vereist EOBD het volgende:
- Bewaking van:
- Katalysator
- Lambda-sonden
- Brandstofsysteem
- Secundairlucht-systeem
- Uitlaatgasrecirculatie
- Andere systemen
- Herkenning van onjuiste verbrandingsprocessen („engine misfire")
- Gestandaardiseerde teststekker
- Gestandaardiseerde sturing van de controlelamp (Malfunction Indicator Lamp – MIL)
- Gestandaardiseerd storingsprotokol en gestandardiseerde foutcodes
Klem posities voor EOBD standaard stekker (16 pin):
Klantenadvies-airco
Als eerste de warmteopeenhoping verwijderen door de auto te luchten. Ramen en
schuifdak blijven gesloten (schuifdak in geval van nood bij grote hitte geopend laten om de luchtuitwisseling te verbeteren).
Schakel bij een hoge omgevingstemperatuur de luchtrecirculatie-schakelaar in, zodat
de koelingcapaciteit van de airconditioning toeneemt. Schakel na 20 minuten over van recirculatielucht naar frisse lucht, zodat de lucht in het passagierscompartiment
ververst wordt. De luchtverdeling in de middenstand plaatsen.
Op normaalkoeling omschakelen lage of gemiddelde ventilatiestand en gewenste
temperatuur instellen en op buitenluchtcirculatie om-schakelen. De ideale binnentemperatuur ligt tussen 20 °C en 23°C. De temperatuur mag niet benden de 18
°C liggen, omdat de inzitten anders een verkoudheid kunnen oplopen.
Richt het ventilatiemondstuk indien mogelijk naar boven, zodat de koude lucht naar beneden wordt geblazen en zich vermengt met de warme lucht.
Om condensvorming van de ruiten te voorkomen, de airconditioning inschakelen en de
luchtstroom geheel of gedeeltelijk richting de ruiten stellen. Temperatuur en ventilator naar wens instellen, achter-ruitverwarming inschakelen.
Bij hoge belasting door uitlaatgas, stof en schadelijke stoffen de recirculatiestand van de airconditioning gebruiken (gevaar voor condensvorming).
Schakel enkele minuten voor de riteinde de airconditioning uit en stel de temperatuur
op de omgevingstemperatuur in. De condensatie in het verwarmingshuis verdwijnt d.m.v. de luchtrecirculatie en daar-door wordt een temperatuurdaling in het lichaam
vermeden. Hierdoor worden tevens onaangename geuren uit de airconditioning, die door vochtafzetting bij de verdamper kunnen ontstaan, voorkomen.
Aanhangerstekker
|